Alleen is maar alleen

Astrid Nijgh

Composição de: Astrid Nijgh / Lennaert H Nijgh
Hij loopt langs de grachten van donker Amsterdam
Geen mens om mee te praten, hij heeft zoveel verlaten
En hij gaat nergens heen, alleen is maar alleen

Hij slentert over 't oude plein, de toren slaat het halve 
uur
En in de verte lokt de schijn, van 't rode licht van 
avontuur
Een meisje wenkt hem, kom er in, en hij blijft staan, kijkt
 even op
Dan loopt hij door, hij heeft geen zin, in haar berekenende
 kop
Toch aarzelt hij bij elke ruit, een vrouw kan mooi zijn in 
dit licht
Toch zoekt hij niet de mooiste uit, maar eentje met een 
lief gezicht
Ze lijkt op haar

Hij krijgt geen liefde voor zijn geld, maar wel de schijn 
van een moment
Van tederheid, dat dubbel telt, wanneer je altijd eenzaam 
bent
En ze is echt en naakt en warm, ze fluistert: lieverd, kom 
blijf
Hij streelt de holte van haar arm, en zoekt beschutting van
 haar lijf
Heel even, met zijn ogen dicht, denkt hij weer terug te 
zijn bij haar
Dan kijkt hij op: een vreemd gezicht, het is niet waar

De lucht wordt blauw als porcelein, het laatste rode licht 
gaat uit
Bij 't fluiten van de eerste trein als ze de deur achter 
hem sluit
Daar staat hij op de stille gracht, verdwaasd en suf en 
dichtgeklapt
Página 1 / 2
En zonder dekking van de nacht voelt hij zich weerloos en 
betrapt
Dan loopt hij verder en hij gaat een hoek om, hij weet niet
 waarheen
Door weer een andere stille straat en voelt zich nou meer 
alleen
En zonder haar

Hij loopt langs de grachten van donker Amsterdam
Geen mens om mee te praten, hij heeft zoveel verlaten
En hij gaat nergens heen, alleen is maar alleen
Página 2 / 2