Het varken

Liselore Gerritsen

Het varken wordt geslacht. Ze halen hem uit zijn hok. Groot
 en vet knippert hij tegen het licht. De gele spleetogen 
íets wantrouwender dan anders
Twee mannen pakken hem beet. Het schreeuwen begint
Vult het dorp
Ze binden een touw om z'n poten. Het schreeuwen gaat over 
in snerpend gegil
Wij stoppen onze vingers in onze oren, maar wij willen het 
wel zien
Even flikkert het grote mes in de schrale novemberzon
Dan steekt het trefzeker de slagader door
De punt tot diep in het hart
De doodse stilte is plotseling
Bloed gutst in emmers: warm en dampend
Ze binden hem vast op een ladder
Over de hele lengte wordt het lichaam open gesneden
Dit is het moment: de ingewanden en de blaas worden eruit 
gehaald
Wij wachten op de blaas. Wij maken daar een ballon van. Een
 blauwgeaderde ballon
Even buiten het dorp, bij de wei van Schuppers, gaan we 
plechtig naast elkaar staan
Als de zon tussen drie zwarte wolken tevoorschijn komt, 
zodat het een poort lijkt, zullen we hem laten gaan
Ik heb de ballon vast en Janusje, de zoon van de koster, 
concentreert zich op de hemel
"Ja!!!" roept hij ineens
Ik laat de ballon los
Doorzichtig, in schitterende kleuren en ontrukt aan de 
snijgrage, bloedbesmeurde handen van de keurslager, stijgt 
de ziel van het varken op naar de hemel
We kijken hem na, zolang als het kan
Laat de biggetjes tot mij komen
Página 1 / 1