Elke man gaf haar een schok, zo schuchter was ze en zo bang
En ze droeg een minirok van anderhalve meter lang
Eens kwam een vrijer bij haar aan, die liet ze in z'n
hempie staan
Hij brulde "schat ik hou van jou, kom nou eens hier, doe
niet zo flauw"
Maar Mien zat in haar nachtjapon achter de rododendron
Alwaar hij haar niet vinden kon, zomaar weg zonder pardon
Heeft u haar soms gezien misschien, Mien waar zit je hoehoe
Mien
Maar Mien zat in haar nachtjapon achter de rododendron
Mien
Hij was uitgekookt genoeg en groef een valkuil voor haar
deur
Waarin hij haar ten huwelijk vroeg, in maneschijn en
rozegeur
En voor 't altaar met z'n bruid, klonk eindelijk zijn
jawoord luid
Het hare was niet te verstaan, ze was er stil vandoor
gegaan
Maar Mien zat in haar trouwjapon achter de rododendron
Alwaar hij haar niet vinden kon, zomaar weg zonder pardon
Heeft u haar soms gezien misschien, Mien waar zit je hoehoe
Mien
Maar Mien zat in haar trouwjapon achter de rododendron
Mien
Maar hij vond haar al weer gauw en toen hij haar had
thuisgebracht
Zei 'ie "schat, je bent mijn vrouw, en dit wordt onze
huwelijksnacht"
Maar bij 't bed schrok ze zicht dood, haar huwelijkspartner
die stond bloot
Página 1 / 2