Blind, kleurenblind, woordblind

Vincent Bijlo

De zon gaf slechts warmte, en de maan kende hij alleen uit 
de radioverslagen
over de Apollovluchten

Kleuren waren er niet. Zwart, grijs en wit, die begrippen 
kende hij wel, maar
het waren holle woorden. Ze zeiden hem evenveel als 'do re 
mi' de doven

En wat te denken van sneeuwwit, hagelwit, krijtwit, 
gebroken wit, asgrauw
kretablauw, pimpelpaars, knalrood, kon een knal rood zijn

En wat waren in godsnaam pasteltinten. Het was ook niet uit
 te leggen. Je kon
hem wel vertellen dat beige heel lichtbruin is, maar daar 
had hij niets aan
aangezien hij al niet wist wat lichtbruin was

Kleuren waren blijkbaar zo vanzelfsprekend, dat niemand 
ooit de moeite had
genomen, woorden te verzinnen om ze uit te leggen. Een ding
 wist hij zeker, hij
hield niet van rood. Hij vond, dat het hem niet stond

Dat was een raar soort eigengereidheid die nergens op 
gestoeld was, maar zolang
hij het niet wist, kon je hem best rood aan doen

Beelden in zijn hoofd had hij niet. Slechts dat, wat zijn 
handen konden voelen
sloeg hij fragmentarisch in zijn geheugen op

Bomen waren lange rechte kale palen. Tot er een omviel, in 
een zware storm. Toen
pas kon hij bij de takken. Als je hem vroeg hoe een schip 
Página 1 / 2
eruit ziet, dacht hij
aan een klompje, met een zeil erin, of aan de veerboot naar
 Terschelling, waar
hij ooit eens op had gezeten. Het rook er naar patat, en er
 waren veel kinderen
die alsmaar huilden

Sindsdien waren schepen voor hem drijvende snackbars met 
irritante klotekoters
Página 2 / 2